E erste H ulpverlener - PowerPoint PPT Presentation

slide1 n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
E erste H ulpverlener PowerPoint Presentation
Download Presentation
E erste H ulpverlener

play fullscreen
1 / 228
E erste H ulpverlener
177 Views
Download Presentation
Download Presentation

E erste H ulpverlener

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. EersteHulpverlener Instructeur: Wilma Hendriks

  2. HOOFDSTUK 1 VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP

  3. VOORAF Beoordeel de situatie: pas op voor ontploffing van airbags! • aantal slachtoffers • soort ongeval • houding slachtoffer • slachtoffer loopt, zit, staat of ligt • slachtoffer maakt veel, weinig of geen herrie

  4. VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP 1.1 1. Let op gevaar: • persoonlijke veiligheid • veiligheid omstanders • veiligheid slachtoffer

  5. VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP 1.2 2. Ga na wat er gebeurd is en wat iemand mankeert: • controleer het bewustzijn • controleer de ademhaling • controleer de bloedsomloop • onderzoek plaatselijke letsels

  6. VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP 1.3 3. Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting

  7. VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP 1.4 4. Zorg voor professionele hulp: • identiteit melder • plaats van het ongeval • wat is er gebeurd • aantal slachtoffers • de leeftijd van het slachtoffer (kind) • wat mankeert het slachtoffer mobiele telefoon: 1-1-2

  8. VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP 1.5 5. Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit • In nood: • noodvervoersgreep van Rautek • wegslepen aan benen • ondersteunend verplaatsen

  9. VIJF BELANGRIJKE PUNTEN BIJ HET VERLENEN VAN EERSTE HULP • Let op gevaar • Ga na wat er gebeurd is en wat iemand mankeert • Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting • Zorg voor professionele hulp • Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit

  10. EMOTIONELE REACTIES 1.6 • blijf niet rondlopen met niet verwerkte emoties • verleen alleen hulp die u beheerst en die u aankunt

  11. BESMETTING HIV, HEPATITIS-B, HEPATITIS-C 1.7 Preventieve maatregelen: • hygiëne • handschoenen • beademingsmasker

  12. PRAKTISCHE OEFENINGEN • noodvervoersgreep van Rautek • liggend • vanuit een stoel • wegslepen aan benen • ondersteunend verplaatsen

  13. HOOFDSTUK 2 DE VITALE FUNCTIES • hersenfunctie, ademhaling en bloedsomloop • oorzaken stoornissen in de vitale functies • gevolgen stoornissen in de vitale functies

  14. 2.1 DE VITALE FUNCTIES • hersenfunctie • ademhaling • bloedsomloop

  15. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES • geheel of gedeeltelijk afgesloten luchtweg • onvoldoende werking van de longen • onvoldoende werking van het hart • onvoldoende bloed in de bloedvaten • gestoorde sturing vanuit de hersenen

  16. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES • Geheel of gedeeltelijk afgesloten luchtweg • bloed, braaksel of speeksel • de tong • een vreemd voorwerp • zwelling • ophanging of wurging • astma

  17. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES • Onvoldoende werking van de longen • oppervlakkig ademen bij pijn door gebroken ribben • een doordringende borstwond • verdrinking of bedelving • beschadiging van de hersenen of ruggenmerg • stoornissen in de bloedsomloop

  18. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES • Onvoldoende werking van het hart • een hartinfarct of stoornissen in het hartritme • veel bloedverlies • een elektrische schok • stoornissen in de ademhaling • beschadiging van de hersenen of het ruggenmerg

  19. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES • Onvoldoende bloed in de bloedvaten • een inwendige of uitwendige bloeding • uitdroging

  20. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES • Gestoorde sturing vanuit de hersenen • schedel/hersenletsel • een hersenbloeding of een beroerte • vergiftiging • oververhitting • onderkoeling

  21. 2.2 OORZAKEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES Gestoorde sturing vanuit de hersenen(vervolg) • suikerziekte • epilepsie • een elektrische schok • stoornissen in de ademhaling of bloedsomloop

  22. 2.3 GEVOLGEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES Stoornissen in het zuurstoftransport zuurstoftekort beschadiging organen verminderde functie of afsterving

  23. 2.3 GEVOLGEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES Beschadiging van de hersenen ontregeling ademhaling en bloedsomloop toename zuurstoftekort bewustzijnsverandering spierverslapping -- tong blokkade van de luchtweg toename zuurstoftekort

  24. 2.3 GEVOLGEN VAN STOORNISSEN IN DE VITALE FUNCTIES Beschadiging van de hersenen • gestoorde ademhaling • gestoorde bloedsomloop • gestoord bewustzijn

  25. HOOFDSTUK 3 Stoornissen in het bewustzijn • beoordelen van het bewustzijn • benaderen van het slachtoffer • een bewusteloos slachtoffer van buik naar rug draaien • flauwte • overige ziekten bij stoornissen in het bewustzijn

  26. 3.1 BEOORDELEN VAN HET BEWUSTZIJN • Slachtoffer benaderen aan gezichtszijde • Aanspreken: • luid en duidelijk • geef gericht opdrachten • Aanraken schouders (voorzichtig!)

  27. 3.1 BEOORDELEN VAN HET BEWUSTZIJN situatie • slachtoffer reageert • is bij bewustzijn conclusie • beoordeel de ademhaling • kijk • luister • voel actie

  28. 3.1 BEOORDELEN VAN HET BEWUSTZIJN • slachtoffer reageert niet en heeft meestal de ogen gesloten situatie • is bewusteloos conclusie • roep om hulp • draai het slachtoffer zonodig op de rug • beoordeel de ademhaling actie

  29. BEOORDELEN VAN HET BEWUSTZIJN let op! Als er sprake is van ernstig uitwendig bloedverlies, wordt eerst druk uitgeoefend op de plaats van de bloeding, en direct daarna de ademhaling beoordeeld.

  30. 3.2 FLAUWTE = kortdurend verminderd bewustzijn door een tijdelijk afgenomen bloedtoevoer naar de hersenen

  31. 3.2 OORZAKEN FLAUWTE • uitputting • vermoeidheid • honger • zwakte na ziekte • benauwde omgeving • bloedarmoede

  32. 3.2 OORZAKEN FLAUWTE • psychisch • plotseling schrikken • emoties • het zien van bloed

  33. 3.2 VERSCHIJNSELEN FLAUWTE • Eerst: bleke gelaatskleur, zweten, geeuwen • Na enige tijd: bewustzijnsvermindering • Soms: bewustzijnsverlies • Soms: trekkingen die op epilepsie lijken

  34. 3.2 AANPAK FLAUWTE Voorkom bewustzijnsverlies • frisse lucht • plat neerleggen • knellende kleding losmaken • geruststellen • 10 minuten laten liggen Bij bewustzijnsverlies handelen als bij een gestoord bewustzijn

  35. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN Epilepsie Toevallen (insulten): • afwezige reactie, soms afwezige ademhaling • plotselinge bewusteloosheid • schokkende bewegingen • schuim op de mond (bloederig door tongbeet) • urine laten lopen

  36. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN Epilepsie • houdt geen bewegingen tegen • geef bewegingsruimte • maak knellende kleding los • let op verwondingen en botbreuken • bewusteloos slachtoffer in stabiele zijligging • bel 1-1-2 bij: • opeenvolgende aanvallen • ademhalingsmoeilijkheden actie

  37. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN Suikerziekte Te hoge bloedsuiker: - hyper - • door te weinig medicatie door diabeet • veel vochtverlies Te lage bloedsuiker: - hypo - • door te weinig eten door diabeet

  38. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN

  39. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN Beroerte Bloedprop in hersenslagader • verlammingsverschijnselen • spraakstoornissen • soms bewusteloosheid

  40. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN Beroerte (vervolg) Gesprongen bloedvat in hersenen • ‘knap’ in hoofd gevoeld • hoofdpijn • toename druk op hersenen • verlammingsverschijnselen • spraakstoornissen • braken • toenemend bewustzijnsverlies

  41. 3.3 OVERIGE ZIEKTEN BIJ STOORNISSEN IN HET BEWUSTZIJN

  42. 4.0 HOOFDSTUK 4 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING 4.1 Beoordelen van de ademhaling -slachtoffer is bij bewustzijn 4.2 Verslikken: - stoten tussen schouderbladen - handgreep van Heimlich 4.3 Ademhalingcontrole bij een bewusteloos slachtoffer 4.4 Overige ziekten en letsels bij stoornissen in de ademhaling

  43. 4.0 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING Normale ademhaling • geen rochelende of gierende geluiden • borst/buik gaat regelmatig op en neer • slachtoffer maakt geen benauwde indruk

  44. 4.0 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING Abnormale ademhaling door: • verslikking in voedsel • ziekte • letsel of verbranding in het gezicht

  45. 4.0 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING Aanpak: na bewustzijnscontrole • kijk • voel • luister hoogstens 10 seconden

  46. 4.0 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING Kijk:of het slachtoffer • een bewustzijnstoornis heeft • een benauwde, angstige indruk maakt • naar zijn keel grijpt • naar adem snakt • een blauwe kleur heeft • letsel of verbranding van het gezicht heeft • een regelmatig op- en neergaande borst en buik heeft

  47. 4.0 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING Luister: ademgeluiden bij neus en mond Voel: met je wang of het slachtoffer lucht uitademt

  48. 4.0 STOORNISSEN IN DE ADEMHALING let op! Een snelle ademhaling (meer dan 30x per minuut) wijst in eerste instantie op zuurstofgebrek. Er is sprake van een ernstige stoornis waarvoor tijdig professionele hulp gewaarschuwd moet worden.

  49. 4.1 BEOORDELEN VAN DE ADEMHALING slachtoffer is bij bewustzijn • slachtoffer is bij bewustzijn • borst en buik gaan regelmatig op en neer • luchtstroom is voelbaar aan de mond • ademhaling klinkt normaal situatie conclusie het slachtoffer ademt normaal

  50. 4.1 BEOORDELEN VAN DE ADEMHALING slachtoffer is bij bewustzijn Doel eerste hulp: nagaan wat het slachtoffer mankeert • controleer ernstig uitwendig bloedverlies • ga na of er tekenen zijn van shock actie