Module 1
170 likes | 336 Vues
Module 1. Hematopoëtische stamceltransplantatie. HSCT, hematopoëtische stamceltransplantatie. Leerdoelen. Het verschil begrijpen tussen allogene en autologe HSCT De types en redenen voor de verschillende conditionering regimes voor HSCT begrijpen
Module 1
E N D
Presentation Transcript
Module 1 Hematopoëtische stamceltransplantatie
HSCT, hematopoëtische stamceltransplantatie Leerdoelen • Het verschil begrijpen tussen allogene en autologe HSCT • De types en redenen voor de verschillendeconditionering regimes voorHSCT begrijpen • Potentiële complicaties geassocieerd met HSCT herkennen • De meest courante vormen van ondersteunende zorg begrijpen en in staat zijn om deze in de klinische praktijk toe te passen
HLA, humaanleukocytenantigeen; IV, intraveneus; SCID, ernstigegecombineerdeimmunodeficiëntieSariaMG et al. Clin J OncolNurs2007;11:53–63 Hematopoëtische stamceltransplantatie • Hematopoëtische stamceltransplantatie (HSCT) • Werd vroeger beenmergtransplantatie (BMT) genoemd • Transplantatie van multipotente hematopoëtische stamcellen die meestal uit beenmerg, perifeer bloed of navelstrengbloed worden gewonnen • Getransplanteerd om de hematopoëtische functie te herstellen bij patiënten met een beschadigd of defect hematopoëtisch systeem • Bij patiënten met maligne kankers is HSCT nodig om hun beenmerg te redden van de toxische effecten van chemotherapie • Het doel van HSCT bij patiënten met niet-kwaadaardige ziekten is het niet-functionele of defecte beenmerg te vervangen • HSCT is ingedeeld volgens donorbron • Autoloog: van de patiënt zijn/haar eigen beenmerg • Allogeen: van iemandanders, verwant of niet, die werdgeselecteerdalseengeschikte HLA-match
Autologe vs allogene HSCT Saria MG et al. Clin J OncolNurs2007;11:53–63; Passweg JR et al. Swiss Med Wkly2012;142:w13696; American Cancer Society - Stem Cell Transplants. Available at http://www.cancer.org/treatment/treatmentsandsideeffects/treatmenttypes/bonemarrowandperipheralbloodstemcelltransplant/stem-cell-transplant-types-of-transplant, accessed February 2014
Autologe vs allogene HSCT Saria MG et al. Clin J OncolNurs2007;11:53–63; Passweg JR et al. Swiss Med Wkly2012;142:w13696; American Cancer Society - Stem Cell Transplants. Available at http://www.cancer.org/treatment/treatmentsandsideeffects/treatmenttypes/bonemarrowandperipheralbloodstemcelltransplant/stem-cell-transplant-types-of-transplant, accessed February 2014
Saria MG et al. Clin J OncolNurs 2007;11:53–63; Passweg JR et al. Swiss Med Wkly 2012;142:13696; Gratwohl A & Carreras E. Principles of conditioning. In: Apperley J, Carreras E, Gluckman E Masszi T eds. ESH-EBMT Handbook on Haematopoietic Stem Cell Transplantation. Genova: Forum Service Editore, 2012 pp 122–37 Conditionering is vereist bij HSCT Patiënten krijgen voorafgaand aan HSCT conditoneringdoor middel van chemotherapie met of zonder radiotherapie • Voorbereidingsbehandelingen bij autologe HSCT hebben als doel de ziekte uit te roeien • Bij allogene HSCT is conditionering vereist om: • de ziekte uit te roeien • Door middel van immunosuppressieafstoting als gevolg van 'graft versus host'-reactie te voorkomen • een stamcelniche te creëren in het beenmerg om innestelen van de donorcellen mogelijk te maken Histologische coupe van het beenmerg
Gy, Gray (unit of radiation)Shi M et al. Blood Lymphat Cancer 2013;3:1–9 Soortenconditionering regimes • Conditionering regimes spelen een hoofdrol bij HSCT en zijn vereist voor ziektebestrijding op lange termijn • Traditioneel werden myeloablatieve voorbereidingsbehandelingen toegepast bij HSCT • Myeloablatieve behandelingen vernietigen het beenmerg en omvatten: • hooggedoseerde (8–10 Gy) totale lichaamsbestraling • Busulfan en chemotherapie met cyclofosfamide • Deze behandelingen zijn echter gerelateerd met significante morbiditeit en mortaliteit • Dit heeft geleid tot het ontwikkelen van een non-myeloablatieve behandelingwelke minder toxisch is Patiënt die radiotherapie krijgt
Shi M et al. Blood Lymphat Cancer 2013;3:1–9 Verminderde intensiteit en non-myeloablatieve behandelingen Dezevormen van conditioneringzijn ontwikkeld om de morbiditeit en mortaliteit te doen dalen • Laaggedoseerde (2–3 Gy) totale lichaamsbestraling met of zonder fludarabine • Andere chemotherapeutische geneesmiddelen, zoals busulfan of cytarabineen idarubicine, gecombineerd met fludarabine • Treosulfan als een substituut voor busulfan Nieuwe behandelingen: • Totale bestraling lymfoïde weefsel • Monoklonale antilichamen • Radio-immunotherapie
HSCT is geassocieerd met meerdere complicaties Aangepast van Saria MG et al. Clin J OncolNurs 2007;11:53–63 Pre-transplantatie fase Vroege post-transplantatie Late post-transplantatie Grampositieve bacteriën Gramnegatieve bacteriën Cytomegalovirusinfecties Aspergillus, Candida Varicella-zostervirus Conditioneringbehandelingtoxiciteiten Engraftment syndrome Chronische GVHD Acute graft-versus-host disease (GVHD) Hepaticoveno-occlusieve ziekte Bronchiolitis obliterans Diffuse alveolaire hemorragie Idiopatisch pneumoniesyndroom Hemorragischecystitis Hemorragische cystitis Hemorragischecardiomyopathie Acuut nierfalen -1 1 2 3 4 5 8 12 16 20 (Dag 100) (Day 0 = transplantatie) (Dag 30) Weken natransplantatie Chronologie van complicaties bij hematopoëtische stamceltransplantatie
G-CSF, granulocyte-colony stimulating factor; GVHD, graft-versus-host diseaseSaria MG et al. Clin J OncolNurs2007;11:53–63; Masszi T & Mank A. Supportive Care. In: Apperley J, Carreras E, Gluckman E Masszi T eds. ESH-EBMT Handbook on Haematopoietic Stem Cell Transplantation. Genova: Forum Service Editore, 2012 pp 156–74 Neutropenie, GVHD en infectie zijn belangrijke complicaties die interventie vereisen • Complicaties geassocieerd met HSCT vereisen profylaxe of behandeling: Groeifactoren (b.v. G-CSF) Neutropenie Immunosuppressiva (b.v. corticosteroïden, cyclosporine) GVHD Antibacteriële middelen (b.v. antibiotica, antimycotica) Infectie
Masszi T & Mank A. Supportive Care. In: Apperley J, Carreras E, Gluckman E Masszi T eds. ESH-EBMT Handbook on Haematopoietic Stem Cell Transplantation. Genova: Forum Service Editore, 2012 pp 156–74; Chemotherapy Induced Nausea & Vomiting; A Nurse’s Perspective. Available athttp://www.ebmt.org/Contents/Resources/Library/Slidebank/EBMT2013SlideBank/Documents/Nurses/N1239.pdf, accessed February 2014 HSCT na chemotherapie vereist ondersteunende zorg Verschillende klinische problemen die optreden na HSCT vereisen vaak ondersteunende zorg Verzwaktevoedings-toestand Mucositis Ondersteunende zorg Misselijkheid
Samenvatting van HSCT • Bij autologe HSCT worden cellen afkomstig van het eigen beenmerg van de patiënt gebruikt; bij allogene HSCT worden cellen van een verwante of niet-verwante donor gebruikt • Bij autologe HSCT bestaat geen risico op afstoting, kankercellen kunnen echter samen met stamcellen worden getransplanteerd • Bij allogene HSCT kan een gunstig 'graft versus cancer'-effect optreden, hoewel er ook een risico op afstoting en GVHD mee gepaard gaat • Conditionering voorafgaand aan HSCT is vereist om de ziekte uit te roeien, afstoting te voorkomenen innestelen te bevorderen • Conditionering regimes met een verminderde intensiteit hebben als doel lagere morbiditeit en mortaliteit • HSCT en conditionering zijn geassocieerd met vele complicaties zoals neutropenie, mucositis en misselijkheid die behandeling en ondersteunende zorg vereisen
Vragen voor zelfbeoordeling • Wat is van de volgende mogelijkheden geen risico bij autologe HSCT? • Oogsten van kankercellen • Graft-versus-host -ziekte • Kanker omzeilt getransplanteerde cellen
Vragen voor zelfbeoordeling • Omwille van welke drie redenen zijnconditionering regimes noodzakelijk vóór HSCT?
Vragen voor zelfbeoordeling • Wat is het onderscheid tussen myeloablatieve ennon-myeloablatieveconditionering?
Vragen voor zelfbeoordeling • Immuunsuppressiva zoals corticosteroïden worden gegeven om welke HSCT-gerelateerde aandoening op te volgen? • Neutropenie • Graft-versus-host -ziekte • Infectie
Vragen voor zelfbeoordeling • Welke van deze drie klinische problemen die optreden na HSCT vrezen patiënten het meest? • Verzwakte voedingstoestand • Misselijkheid • Mucositis