Een licht , zo groot, zo schoon - PowerPoint PPT Presentation

een licht zo groot zo schoon n.
Download
Skip this Video
Loading SlideShow in 5 Seconds..
Een licht , zo groot, zo schoon PowerPoint Presentation
Download Presentation
Een licht , zo groot, zo schoon

play fullscreen
1 / 70
Een licht , zo groot, zo schoon
286 Views
Download Presentation
conyers
Download Presentation

Een licht , zo groot, zo schoon

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - E N D - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Presentation Transcript

  1. Een licht, zogroot, zoschoon Een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken.Lukas 2:32 Kerstliturgie 2012

  2. Lezen: Genesis 1:1-5 In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water. En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.

  3. Lezen: Vervolg En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.

  4. Zingen: Psalm 19:1 Het ruime hemelrondvertelt,met blijde mond,Gods eeren heerlijkheid;de held’re lucht en 't zwerkverkondigen Zijn werk,en prijzen Zijn beleid.Dus kanons dag bij dag,tot roemvan Gods gezag,Zijn wonderenverhalen;dus weetons nacht bij nachtZijn onbegrensde machten wijsheidafte malen.

  5. Lezen: Genesis 1:14-19 En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren! En laten zij tot lichten zijn aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde! En het was zo.

  6. Lezen: Vervolg En God maakte de twee grote lichten: het grote licht om de dag te beheersen en het kleine licht om de nacht te beheersen; en ook de sterren. En God plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om de dag en de nacht te beheersen en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis. En God zag dat het goed was. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.

  7. Zingen: Psalm 19:3 God heeftvoor 't grote licht,de zon,een tent gesticht,van waarz' in 't blinkend kleed,en meteen blij gelaat,gelijkeen bruigom gaat,die uitzijn slaapzaal treedt.Z' is vrolijk, als een held,die in 'tbestemde veldzijn vuurenvaartdoet blijken;zij heefthaar zwaai en spoorde ganse hemel door;niets kanhaargloedontwijken.

  8. Gedicht: De Schepper Gij zijt van eeuwigheid en nooit begonnen; van al wat leeft de vloeiende Fontein; het eeuwig Licht, veel klaarder dan de zonnen, die door Uw licht eenmaal ontstoken zijn. De zuiv’re luchten hebt Gij uitgesponnen en ’t hemelblauw welft als een teer gordijn. Gij zijt de Sterke, nimmer overwonnen, al spuwt de boze met zijn hels venijn.

  9. Gedicht: Vervolg Gij schenkt het leven aan uw creaturen. Gij hebt voor mens en dier een woon gesticht en telt van alle schepselen de uren. Gij roept na elke nacht het morgenlicht. Wie kan als Gij het groot heelal besturen? Niets is verborgen voor uw aangezicht. M. Nijsse

  10. Stem: God had alles mooi en goed geschapen, ja het was volmaakt. Zelfs de duisternis van de nacht was goed. Maar de mens koos eigen wegen en hield zich niet aan de geboden van de Heere.

  11. Lezen: Genesis 3:6 En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.

  12. Stem: Toen kwam de angst en donkerheid in hun harten. Maar de Heere laat hen niet alleen in die duisternis. Hij geeft een hoopvol lichtpunt.

  13. Lezen: Genesis 3:15 En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

  14. Zingen: Gezang 153 God enkel licht, voor Wiens gezicht niets zuiver wordt bevonden, ziet ons bevlekt, met schuld bedekt, misvormd door duizend zonden.

  15. Zingen: Vervolg Gezang 153 Der sterren pracht is bij Hem nacht, hoe hel zij schitt'ren mogen, en wij, belaân met euveldaân, wat zijn wij in Zijn ogen?

  16. Zingen: Vervolg Gezang 153 Heer’, waar dan heen? Tot U alleen! Gij zult ons niet verstoten. Uw eigen Zoon heeft tot Uw troon de weg ons weer ontsloten.

  17. Stem: De weg is lang en soms heel donker voor het volk dat in duisternis leeft, maar steeds komt de Heere terug op Zijn belofte. En schenkt licht in de duisternis.

  18. Lezen: Genesis 15:1-6 Na deze dingen kwam het woord van de HEERE tot Abram in een visioen: Wees niet bevreesd, Abram, Ik ben voor u een schild, uw loon zeer groot. Toen zei Abram: Heere HEERE, wat zult U mij dan geven, aangezien ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn huis deze Eliëzer uit Damascus zal zijn?

  19. Lezen: Vervolg Verder zei Abram: Zie, mij hebt U geen nageslacht gegeven, en zie, iemand die in mijn huis geboren is, zal mijn erfgenaam zijn. Maar zie, het woord van de HEERE kwam tot hem: Deze man zal uw erfgenaam niet zijn, maar iemand die uit uw eigen lichaam voortkomt, die zal uw erfgenaam zijn.

  20. Lezen: Vervolg Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid.

  21. Zingen: Psalm 105:5 en 6 God zal Zijn waarheid nimmer krenken,maar eeuwig Zijn verbond gedenken.Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,tot in het duizendste geslacht.'t Verbond met Abraham, Zijn vrind,bevestigt Hij van kind tot kind.

  22. Zingen: Vervolg Al wat Hij Izak heeft gezworen,heeft Hij ook aan Zijn uitverkoren',aan Jacob, tot een wet gesteld,van al 't beloofde heil verzeld,en aan gans Isrel toegezeidtot Zijn verbond in eeuwigheid.

  23. Lezen: Exodus 13:21-22 De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hun de weg te wijzen, en 's nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken. Hij nam de wolkkolom overdag en de vuurkolom in de nacht niet weg voor de aanblik van het volk.

  24. Zingen: Psalm 105:21 God breidd'een wolk uit, omZijn scharen,bij dagte hoeden voorgevaren.Hij gafhun,door Zijn hoog bestuur,des nachtstenlicht een wondervuur.Zij baden,enhun Opperheerzond strakseenheirvan kwakk'len neer.

  25. Gedicht: O Christus laat ons niet alleen! Ons licht gaat onder, ga niet heen! Kom met het Licht, dat Gij belooft, het Licht, dat nimmer wordt gedoofd. Als ’t donker is, kom tot ons Heer’! Het gaat om U en om Uw eer. Laat niet verderven in de nacht, wie in vertrouwen U verwacht.

  26. Gedicht: Vervolg Uw Woord spreekt op ons levenspad van U, Die ons hebt liefgehad en Die ons leidt door ’t donkere dal naar ’t land waar ’t eeuwig lichten zal. P. Melanchthon

  27. Stem: God gaf Zijn beloften aan Zijn volk, maar ook mensen uit de andere volken mochten delen in Gods heilsplan. Vrouwen uit het heidendom werden gevoegd bij het volk van God. Zij kregen een plaats in de geslachtslijn van Koning David.

  28. Lezen: Jozua 6:25 Zo liet Jozua de hoer Rachab in leven, met de familie van haar vader en alles wat van haar was. Zij heeft tot op deze dag in het midden van Israël gewoond, omdat zij de boden verborgen had die Jozua gestuurd had om Jericho te verkennen.

  29. Zingen: op de wijs van Psalm 134 Uw Woord dat in de duisternis als Licht de mens gegeven is, dat vaststaat voor wie U vertrouwt en op dat Woord zijn leven bouwt. Voor hem zal er geen nacht meer zijn maar eeuwig licht, dat klaar en rein het hart bij dag en nacht verlicht opdat zijn voet voor kwaad niet zwicht.

  30. Zingen: Vervolg Gij zult hem voeren tot de Bron U Zelf, Zijn God, de levenszon. En aan het einde van de tijd neemt Gij hem op in heerlijkheid.

  31. Lezen: Ruth 4:13 Zo nam Boaz Ruth en zij werd hem tot vrouw, en hij kwam bij haar. En de HEERE gaf haar dat zij zwanger werd en een zoon baarde.

  32. Stem: Ook al gaat God verder met Zijn heilsplan, wie twijfelt er niet eens? Zal het waar zijn? Gaat God Zijn beloften waarmaken in mijn leven? Gaat de duisternis wijken voor het Licht?

  33. Gedicht: Toen ik mijn twijfel had tot rust gebracht Toen ik mijn twijfel had tot rust gebracht, Begon mijn ongeloof zijn lied te zingen: ‘Waar is de grond, de vaste grond der dingen, waarop gij hoopt?’ - Ik zuchtte en zeide zacht:

  34. Gedicht: Vervolg ‘Stil, stil, mijn kind! Ga slapen, het is nacht. Gij zoudt mijn pas ontslapen twijfelingen ontwaken doen’ ... Maar klagend bleef het zingen, En schreiende herzei mijn ziel de klacht:

  35. Gedicht: Vervolg ‘Waar is de grond? Waar mijner hope grond? Waar het bewijs der onzienlijke zaken?’ Wees stil, mijn ziel! Zou aan Gods horizon nog niet het licht van Zijn genade naken? Die mij den naren nacht, dien ik doorwake, doet wijken - ach wanneer? - voor blijden morgenstond? Jacqueline E. van der Waals

  36. Lezen: Jesaja 9:1 en 5 Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.

  37. Stem: God heeft het beloofd. Maar het wachten duurt lang, heel lang. De hoop vermindert. Het is voor velen niet meer te geloven dat God Zijn beloften gaat vervullen. De nacht is donker, de nacht is lang. Toch breekt de morgen aan met een nieuw licht. Zacharias kan en durft de boodschap van hoop en heil niet te geloven, totdat zijn mond geopend wordt en hij een lofzang zingt.

  38. Lezen: Lukas 1:79 Om te verschijnen aan hen die gezeten zijn in duisternis en schaduw van de dood, en om onze voeten te richten op de weg van de vrede.

  39. Zingen: Nu daagt het in het oosten Nu daagt het in het oosten, het licht schijnt overal:Hij komt de volken troosten, Die eeuwig heersen zal.De duisternis gaat wijken van d' eeuwenlange nacht,een nieuwe dag gaat prijken, met ongekende pracht.

  40. Zingen: Vervolg Zij, die gebonden zaten, in schaduw van de dood,van God en mens verlaten, begroeten 't morgenrood.De zonne, voor wier stralen het nacht’lijk duister zwicht,en die zal zegepralen is Christus, 't eeuwig Licht!

  41. Zingen: Vervolg Reeds daagt het in het oosten, het Licht schijnt overal:Hij komt de volken troosten, Die eeuwig heersen zal.

  42. Stem: Dan breekt de nacht aan waarin de beloofde Messias geboren wordt. Het Licht breekt door in een duistere nacht. Niet alleen Jozef en Maria maar ook anderen horen van het Licht dat gekomen is. En waar het Licht komt, moet de vrees wijken.

  43. Lezen: Lukas 2:8-12 En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en 's nachts de wacht hielden over hun kudde. En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd.

  44. Lezen: Vervolg En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren is; Hij is Christus, de Heere.

  45. Zingen: Stille nacht Stille nacht, heilige nacht! Davids Zoon, lang verwacht.Die miljoenen eens zaligen zal, werd geboren in Bethlehems stal.Hij der schepselen Heer. (2x)Hulp'loos kind, heilig kind! Dat zo trouw, zondaars mint.Ook voor mij hebt G' U rijkdom ontzegd, werd G' op stro en in doeken gelegd.Leer m' U danken daarvoor. (2x)

  46. Zingen: Vervolg Stille nacht, heilige nacht! Vreed' en heil wordt gebrachtaan een wereld verloren in schuld, Gods belofte wordt heerlijk vervuld,Amen, Gode zij d' eer. (2x)

  47. Stem: De herders geloven de woorden van de engel, ze geloven de boodschap die hun is gebracht en gaan op weg en vinden het Kind zoals hun gezegd. Ook anderen mogen zien en geloven en getuigen: de Messias is geboren! Zo mocht Simeon getuigen van dit Kind.

  48. Lezen: Lukas 2:26-32 En hem was een Goddelijke openbaring gegeven door de Heilige Geest dat hij de dood niet zien zou voordat hij de Gezalfde van de Heere zou zien. En hij kwam door de Geest in de tempel. En toen de ouders het Kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen volgens de gewoonte van de wet, nam hij Het in zijn armen, loofde God en zei:

  49. Lezen: Vervolg Nu laat U, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken.

  50. Zingen: Lofzang van Simeon:2 Een licht,zo groot, zo schoon,gedaaldvan's hemels troon,Straalt volkbijvolkin d' ogen;terwijl't hetblindgezichtvan 't heidendomverlicht,en Isrelzalverhogen.