GRAMMATICA EXTRA UITLEG
100 likes | 122 Vues
GRAMMATICA EXTRA UITLEG. Lesdoelen: Aan het einde van de les; 1. weet je wat het gezegde is. 2. weet je wat het verschil is tussen een werkwoordelijk en een naamwoordelijk gezegde. 3. kan je het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen.
GRAMMATICA EXTRA UITLEG
E N D
Presentation Transcript
GRAMMATICA EXTRA UITLEG
Lesdoelen: • Aan het einde van de les; • 1. weet je wat het gezegde is. • 2. weet je wat het verschil is tussen een werkwoordelijk en een naamwoordelijk gezegde. • 3. kan je het werkwoordelijk gezegde in een zin bepalen. • 4. kan je het naamwoordelijk gezegde in een zin bepalen. H2.4 HET GEZEGDE
De meeste zinnen hebben een gezegde. Het gezegde geeft aan wat het onderwerp doet of wat het • onderwerp is, bijvoorbeeld: • Jasper is aan het voetballen of Annemiek is smoorverliefd • Er zijn dus 2 mogelijkheden: • 1. Een gezegde bestaat uit één of meer werkwoorden (is aan het voetballen) • 2. Een gezegde bestaat uit één of meer werkwoorden plus een aanvulling (is smoorverliefd) • Er zit óf een naamwoordelijk gezegde in een zin óf een werkwoordelijk gezegde. Nooitallebei! 1. HET GEZEGDE
Bestaat uit alle werkwoorden die in een zin staan. • Het belangrijkste werkwoord moet een duidelijke betekenis hebben. • Het belangrijkste werkwoord geeft aan wat het onderwerp doet: • Bijvoorbeeld; rennen, springen, vliegen, dansen, hollen, theezetten, gamen, werken, studeren, leren etc. • Maar ook splitbare werkwoorden behoren tot het werkwoordelijk gezegde: • Bijvoorbeeld; opbellen, samenwerken, meevallen, opvallen, afwachten, meeluisteren etc. HET WERKWOORDELIJKGEZEGDE
Bestaat uit een werkwoord (die geen duidelijke betekenis heeft) en een aanvulling (= eigenschap). • De aanvulling geeft aan wat het onderwerp is: • Bijvoorbeeld; verliefd, verloofd, een leraar, een puber, saai, • irritant, aardig, stom, vervelend, lui, sportief etc. • Het naamwoordelijk gezegde bestaat dus uit twee delen: een werkwoordelijk deel en een naamwoordelijk deel. • Het naamwoordelijk deel bestaat uit of een zelfstandig naamwoord en/ofbijvoeglijk naamwoord. • Bijvoorbeeld: Die jongen lijkt me een behoorlijke, irritante wijsneus. HET NAAMWOORDELIJKGEZEGDE
Twijfel je of het een naamwoordelijk gezegde is? Gebruik dan dittrucje: • Eigenschapis het onderwerp jarenlang geweest. • Als je een goede zin hebt, dan heb je te maken met een naamwoordelijkgezegde. • Dus in de zin:Die jongen lijkt me een behoorlijke, irritante wijsneus: • Een behoorlijke, irritante wijsneus (eigenschap) is die jongen(onderwerp) jarenlanggeweest. • Een goede zin, dus heb je te maken met een naamwoordelijk gezegde! NAAMWOORDELIJK GEZEGDE OFNIET?
HET WG VS. HET NG • Het onderwerp doet iets Het onderwerp is iets • - ‘handeling’ van iets of iemand - ‘eigenschap’ van iets of iemand • - alleen werkwoorden met een duidelijke - werkwoord + bn en/of zn • betekenis: rennen, lopen, liggen, vallen etc. - werkwoord heeft geen duidelijke betekenis: • zijn, worden, blijven, blijken, schijnen, • lijken etc. • - Eigenschap is het onderwerp jarenlang geweest HET VERSCHIL TUSSEN DE GEZEGDES:
Bepaal de PV en zet zinsdeelstrepen (doe de zinsdeelproef, blz. 27) • Bepaal het onderwerp en zet O erboven. • Bepaal of je te maken hebt met het WG of NG. • Samengestelde zin? Zet de zin in een andere tijd om de PV’s te vinden; zet die vooraan om er twee vraagzinnen van te maken! STAPPENPLAN:
Deze auto’s zijn milieuvriendelijk ensnel. • Naamwoordelijk gezegde: zijn milieuvriendelijk ensnel • Werkwoordelijk deel:zijn • Naamwoordelijk deel: milieuvriendelijk ensnel OEFENEN
De docent heeft alle toetsennagekeken. • Geen naamwoordelijkgezegde.Er zit dus een werkwoordelijkgezegdein. • Welke isdat? • Werkwoordelijk gezegde: heeftnagekeken