1 / 35

Relatie tussen natuur en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen

Relatie tussen natuur en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen. IVN Werkconferentie ‘Ieder kind heeft recht op natuur’ Agnes van den Berg, Alterra, WUR. Doel presentatie.

caelan
Télécharger la présentation

Relatie tussen natuur en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen

An Image/Link below is provided (as is) to download presentation Download Policy: Content on the Website is provided to you AS IS for your information and personal use and may not be sold / licensed / shared on other websites without getting consent from its author. Content is provided to you AS IS for your information and personal use only. Download presentation by click this link. While downloading, if for some reason you are not able to download a presentation, the publisher may have deleted the file from their server. During download, if you can't get a presentation, the file might be deleted by the publisher.

E N D

Presentation Transcript


  1. Relatie tussen natuur en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen IVN Werkconferentie ‘Ieder kind heeft recht op natuur’ Agnes van den Berg, Alterra, WUR

  2. Doel presentatie • Overzicht van bevindingen van gecontroleerd wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen contact met natuur en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen • De “evidence base”

  3. Nut en noodzaak evidence • Aristoteles: 2 soorten logische bewijzen: • Niet-artistiek bewijs: ‘De harde feiten’ • Gebaseerd op objectief gemeten kwantitatieve en kwalitatieve gegevens • Artistiek bewijs • Gebaseerd op eigen ervaringen en waarnemingen, logisch redeneren, en gezond verstand

  4. Evidence-based beleid Bewust, expliciet en oordeelkundig gebruiken van het voorhanden zijnde beste bewijs over de effectiviteit van maatregelen en interventies bij het nemen van beslissingen (Sackett e.a., 1996). Praktijk: evidence vooral gebruikt voor het legitimeren en prioriteren van beleidsdoelen - niet voor het al dan niet nemen van specifieke maatregelen.

  5. Vermijden van associaties met • Kwakzalverij • Zweverige verhalen • Praten met bomen • Nieuwetijdskinderen

  6. Evidence piramide Sleutelwoorden: Relevantie & geloofwaardigheid Systematische reviews, meta analyses Randomized controlled trials Kwantitatief gecontroleerd onderzoek Kwalitatieve studies Klinische ervaringen (case-studies) Persoonlijke communicatie

  7. Advies Gezondheidsraad 2004 6 studies “De commissie vindt de aanwijzingen uit empirisch onderzoek naar de gunstige invloed van natuur op ontwikkeling van kinderen nog niet overtuigend, maar wel van groot belang. Zij beveelt daarom nadere empirische toetsing aan.“

  8. Review ‘Groene kansen voor de jeugd’ (2009) ≥ 22 studies Meer steun voor: Aandachtsverbeterende effecten van verblijf in natuurlijke omgeving Belang van groen in de leefomgeving voor lichamelijke activiteit en gezondheidsklachten Belang van spelen in natuurlijke omgevingen voor creativiteit en motoriek Positieve effecten van schooltuinen Positieve effecten van natuurprogramma’s op emotioneel welzijn en natuurhouding

  9. Fysiek Speel gedrag Cognitief Kinderen met ADHD Groen in de wijk Natuurlijke speelplekken Voeding Emotioneel welzijn en milieubesef Schooltuinen Natuurprogramma’s Voorbeelden van onderzoek

  10. Aandacht • Aanwijzingen uit onderzoek bij volwassenen dat contact met natuur de aandachtscapaciteit kan verbeteren • Weinig onderzoek bij kinderen • Uit enquêtes blijkt dat ouders van kinderen met ADHD verbetering zien in symptomen na spelen in natuur; • Om deze reden wordt ADHD ook wel een “natuurtekort stoornis” genoemd (Louv) • Recente studies bieden ondersteuning voor “therapeutische werking” van natuur bij ADHD.

  11. Studie 1: Wandelen in het park Faber Taylor, A., & Kuo, F. E. (2009). Children with attention deficits concentrate better after a walk in the park. Journal of Attention Disorders, 12(5), 402-409. • Experiment met 25 kinderen met AD(H)D in leeftijd 7 – 12 jaar • Individuele wandelingen van 20 minuten in park, binnenstad, en woonwijk • Geen medicatie • Opwekking mentale vermoeidheid door puzzels • Nameting concentratie (Digit Span Backward).

  12. Studie 2 – Bezoek aan bos Van den Berg, A.E. & Van den Berg, C.G. (2010). A comparison of children with ADHD in a natural and built setting. Child: Care, Health and Environment, in press • Verkennend onderzoek onder 12 kinderen met ADHD van 9-17 jaar • OjeeADHD boerderij in Zeeland • 2 groepen • Bezoek aan bos (dinsdag) en stad (woensdag) • Observaties en testen

  13. BOS – HUT BOUWEN

  14. ZIERIKZEE – “SPEURTOCHT”

  15. Cognitief functioneren (inhibitie-test) Score = verschil echte/omgekeerde wereld (seconden) Hoe groter het verschil, hoe minder het vermogen tot inhibitie

  16. Fysiek functioneren • GEEN aanwijzingen uit onderzoek bij volwassenen dat groen in woonomgeving aanzet tot bewegen • Wel aanwijzingen uit tenminste 8 gecontroleerde studies dat groen in de leefomgeving lichamelijke activiteit van kinderen stimuleert en overgewicht vermindert. • Ook aanwijzingen dat kinderen in groene buurten minder vaak gezondheidsklachten rapporteren bij huisarts.

  17. Studie: Groen, spelen, overgewicht De Vries, S., Van Winsum-Westra, M., Vreke, J. & Langers , F. (2008) Jeugd, overgewicht en groen; nadere beschouwing en analyse van de mogelijke bijdrage van groen in de woonomgeving aan de preventie van overgewicht bij schoolkinderen. Alterra-rapport 1744. • Vervolg op onderzoek uit 2006 waarin verband tussen groen in woonomgeving en overgewicht werd aangetoond • Gegevens over lengte/gewicht en buitenspelen van 4537 6-12 jarigen in Regio IJssel-Vecht gekoppeld aan.. • Gegevens over groen in de wijk (meer of minder dan 75m2 binnen 500 meter woning) • Gecontroleerd voor opleidingsniveau ouders.

  18. Resultaten • Kinderen uit groene buurten spelen 10% meer tijd (ca 80 minuten) buiten dan kinderen uit niet-groene buurten. • Jongens die 2 uur per dag buiten spelen, hebben een circa 23% lagere kans op overgewicht dan jongens die 1 uur per dag buiten spelen Stenige Wijk Groene Wijk 10% jongens met overgewicht 13% jongens met overgewicht

  19. Klachten bij huisarts (Vitamine G studie) Maas, J., Verheij, R.A., De Vries, S., Spreeuwenberg, P., Schellevis, F. G., & Groenewegen, P.P. (2009). Morbidity is related to a green living environment. Journal of Epidemiology and Community Health, 63(12), 967-973. • Representatieve steekproef van ca 345.000 Nederlanders • Minder gezondheidsklachten in groene buurten • Met name angststoornissen en depressie komen minder vaak voor • De kans op een depressie is 1,33 keer zo hoog in buurten met weinig groen • Ook hoge bloeddruk, hartklachten, rug- en nekklachten, ademhalingsproblemen, darmstoornissen, migraine en duizeligheid komen minder vaak voor in groene omgevingen • Bij kinderen tot 13 jaar is de relatie tussen groen en klachten het sterkst

  20. Speelgedrag • Deskundigen zijn het eens dat spelen in het groen creatief, fantasierijk speelgedrag stimuleert, en de motorische vaardigheden versterkt • Vooral kwalitatief, beschrijvend onderzoek, weinig gecontroleerde studies

  21. Motorische vaardigheden Fjortoft, I. (2004). Landscape as playscape: The effects of natural environments on children’s play and motor development. Children, Youth and Environments, 14(2), 21-44. • Quasi-experimenteel onderzoek in Telemark, Noorwegen onder 5-7 jarigen • Experimentele groep (46 kinderen): een jaar lang elke dag 1 a 2 uur buitenspelen in nabijgelegen bos • Controlegroep (29 kinderen): geen interventie • EUROFIT- motorische test (9 oefeningen) aan begin en einde van het jaar.

  22. Resultaten • Natuur-groep vertoonde verbetering op alle 9 tests; • Controle groep slechts op 3 tests; • 2 verschillen significant. Flamingo-balanceer test

  23. Creatief speelgedrag Berg,A.E. van den, Koenis, R & Berg, M.M.H. van den (2007). Spelen in het groen: Effecten van een bezoek aan een natuurspeeltuin op het speelgedrag, de lichamelijke activiteit, de concentratie en de stemming van kinderen. Alterra-rapport 1600. Wageningen: Alterra. • 2 locaties: Woeste Weide & Sporthal; • 1 schoolklas (groep 5/6) met 27 kinderen verdeeld in 2 groepen • Groep 1 speelt eerst in Woeste Weide, en daarna in Sporthal • Groep 2 speelt eerst in Sporthal, en daarna in Woeste Weide • Speelduur ca 45 minuten • Observaties speelgedrag

  24. Resultaten Meer “creatief” (constructief en dramatisch) en exploratief speelgedrag in de natuurspeeltuin Woeste Weide Sporthal

  25. Schooltuinen Blair, D. (2009). The child in the garden: An evaluative review of the benefits of school gardening. The Journal of Environmental Education, 40, 15-38. • Volgens een recente review zijn er inmiddels 12 kwantitatieve evaluaties van schooltuinprojecten gepubliceerd. • Positieve effecten: schoolprestaties, voorkeur voor en inname van groente en fruit, milieubewustzijn, en zelfvertrouwen • Onduidelijk of effecten worden veroorzaakt door tuinieren (contact met natuur) of door voedingseducatie

  26. Schooltuinen en voeding McAleese, J.D. & Rankin, L.L. (2007). Garden-based nutrition education affects fruit and vegetable consumption in sixth-grade adolescents. Journal of the American Dietetic Association, 107, 662–665. Evaluatie van een 12 wekend durend schooltuinenproject met 2 controle groepen: alleen voedingseducatie, en geen educatie/geen schooltuin.

  27. Natuurprogramma’s • Talloze evaluaties van natuurprogramma’s • Meestal zonder controlegroep, en gericht op meten van educatieve effecten. • Aanwijzingen dat deelname aan natuur(belevings)programma ook emotioneel welzijn en milieubewustzijn kunnen bevorderen • Sleutelbegrip: verbondenheid met natuur (connectedness to nature)

  28. Drie groepen 5/6 van openbare basisscholen in achterstandswijken in Hilversum (A,B,C) School A en B namen deel aan Bewaarde Land programma in Baarn School C nam deel aan dansexpressieprogramma (controle) Voor- en na metingen van welbevinden, concentratie, zelfbeeld en stemming. Evaluatie bewaarde land Waal, M, van der, Berg, A.E. van den & Koppen, C.S.A. van (2008). Terug naar het bos: Effecten van natuurbelevingsprogramma: ‘Het Bewaarde Land’ op de natuurbeleving en gezondheid van allochtone en autochtone kinderen. Alterra-rapport 1702. Wageningen: Alterra.

  29. Emotioneel welbevinden Hoe vaak heb je de laatstetijd problemen gehad met …

  30. Topervaringen “Een voorbeeld van een persoonlijke topervaring is de ervaring van een allochtone jongen die op de derde dag van het programma helemaal wild leek te worden van enthousiasme omdat hij met zijn handen een pissebed gevangen had (wat hij eerst niet durfde). Hij gilt uitbundig: ‘whaw! Whaw! WHAW! Ik heb er één, Ik Heb Er Één, IK HEB ER ÉÉN!”

  31. Vragenlijst onderzoek onder ca 700 kinderen (12 jaar) van Duitse basisscholen die deelnamen aan 1 en 5 daags natuurprogramma Pre-test en post-test meting van zelfgerapporteerd milieugedrag en milieubewustzijn bij natuurgroepen en controlegroepen Na 5-daagse programma nam milieugedrag significant toe, dit effect was ook 6 maanden later nog meetbaar. Milieubesef Bogner, F.X. (1998). The influence of short-term outdoor ecology education on long-term variables of environmental perspective. The Journal of Environmental Education, 29, 17-29.

  32. Conclusie: Ieder kind heeft recht op natuur omdat… • Gecontroleerd onderzoek laat zien dat contact met natuur een gunstige invloed heeft op het cognitief, motorisch en sociaal-emotioneel functioneren van kinderen (met en zonder stoornis) • Er zelfs aanwijzingen zijn dat een tekort aan groen in de leefomgeving gerelateerd is aan grotere kans op ziekte en depressie. • Kortom, contact met natuur is belangrijk: • Voor het kind zelf: meer kans op ziekte, en minder kansen op welzijn nu en later • Voor maatschappij: minder kansen op het creëren van een duurzame samenleving

  33. Evidence Juridisch besluit Praktijk ervaring Beleidscontext

  34. Eindebedankt voor de aandacht

More Related